GJ Wolffensperger

Openingstoespraak tentoonstelling Koornmarktspoort Stedelijk Museum te Kampen.

Toen ik in haar werk zag in haar kleine werkplaats in de Staatsliedenbuurt was ik verkocht. Dat werk was prachtig, het was technisch perfect, en bovenal, het was uniek van vorm en beeldtaal. En kom daar maar eens om in een tijd waarin sinds Rieneke Dijkstra één derde van onze Akademiestudenten zich bezig houdt met het fotograferen van kwetsbare jonge meisjes. Wat maakte het werk van Barbara de Vries zo bijzonder?

Laat ik het splitsen in twee elementen: vorm en inhoud. Eerst de vorm. Enkele decennia geleden zou de beschouwer van dit werk nog voor een dilemma hebben gestaan: is dit nu beeldende kunst, of is het fotografie? Gelukkig wordt dat dilemma ons heden ten dage bespaard. Fotografie en beeldende kunst zijn naadloos in elkaar gaan overlopen. Nadat de fotografie was uitgevonden was zij bijna een eeuw lang het middel om zo exact mogelijk de werkelijkheid vast te leggen. Ze had daardoor grote invloed op de schilderkunst, die werd verlost van de plicht om precies hetzelfde te doen, en die daardoor werd bevrijd. Die vrijheid ontwikkelde zich via Picasso en Modigliani tot volkomen abstractie. Maar geleidelijk aan deed diezelfde vrijheid zijn intreden in de fotografie. Fotografen gingen zich concentreren, niet op de externe realiteit, maar op hun ideeën, gedachten en gevoelens daarover. Aanvankelijk door zorgvuldig geënsceneerde, geconstrueerde en in de donkere kamer bewerkte beelden. En toen kwam de computer. Met zijn onuitputtelijke mogelijkheden om samen te voegen, te laten versmelten, lagen te maken, te manipuleren. Voor wie wilde bracht de computer de ultieme vrijheid om zich los te maken van de externe realiteit. Het werk van BdV loopt voorop in de trend in de hedendaagse fotografie, waarin niet de werkelijkheid wordt weergegeven, maar waarin een nieuwe, eigen werkelijkheid wordt geschapen. B. doet dat door eigen foto’s en beelden van elders te laten versmelten, en te componeren tot een nieuw geheel, een nieuwe werkelijkheid. Waarbij voor de toeschouwer geldt: hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet. Laat mij de synthese tussen kunst en fotografie van BdV als volgt samenvatten: Barbara schildert, haar penseel is de computer, en beelden zijn haar verf.

En dan nu de inhoud. Barbara vertelt hoe ze met haar werk gevoelens wil vangen en vastleggen. Gevoelens van hoop en troost die verdriet moeten verdrijven. Beleving van vrijheid en ruimte die angst en frustratie moet overwinnen. Het vangen van die emoties in beeld is een lange en moeizame zoektocht. Vele beelden worden gecomponeerd, aangepast en gedelete tot dat éne beeld op het scherm staat waarmee het klikt, dat precies past bij het gevoel dat ze wil vastleggen en naar buiten brengen. Bij mij roepen die beelden – en sta mij dat toe – ook nog een andere associatie op. (Ik heb dat niet aan B. gevraagd), maar de titel van deze expositie “Behind the mirror” doet mij onmiddellijk denken aan die andere, beroemde titel: “Through the looking glass””. Het boek van Lewis Caroll, waarin het meisje Alice door de spiegel stapt, en terecht komt in een droomwereld. En kijkend vanuit die gedachte zie ik in de beelden van Barbara ook gefixeerde momenten uit een droomwereld. Ik zie foto’s van dromen, of, zo u wilt, gedroomde foto’s. En dan zie ik zelfs in de beelden om ons heen het meisje Alice vele malen opduiken. Hetgeen ons brengt bij de intrigerende vraag of BdV eigenlijk het meisje is, dat door de spiegel van haar computer een droomwereld binnenstapt. Maar laat ik niet psychologiseren. Gaat u zelf kijken naar al deze prachtige beelden van een bijzondere kunstenares. Kijk naar de schoonheid, en absorbeer de gevoelens en dromen die in die schoonheid tot uitdrukking worden gebracht.

  • Facebook Clean
  • Twitter Clean